|
Bokeh heeft betrekking op de kwaliteit van de onscherpte in een foto. Het gaat om de onscherpte die ontstaat doordat het voorwerp buiten het scherptevlak ligt. Bewegingsonscherpte valt hier niet onder.
Onscherpte kan rustig en onrustig overkomen. Het kan als natuurlijk of onnatuurlijk worden omschreven. Rustige, zachte onscherpte, die niet afleidt van het hoofdonderwerp, wordt in het algemeen gewaardeerd en als aangenaam bestempeld. Naast de relatie ten opzichte van het scherpe hoofdonderwerp kan een onscherp deel van het beeld ook een zelfstandige functie hebben en als zodanig mooi gevonden worden.
Bokeh wordt bepaald door het ontwerp van het objectief. Hierbij speelt de vorm van het diafragma een rol, maar ook de manier waarop een objectief is gecorrigeerd voor sferische aberratie. Het feit, dat een objectief met goede achtergrond onscherpte weergave slechter presteert bij onscherpe onderwerpen in de voorgrond, hangt hier mee samen.
Een bepalende factor voor de weergave van onscherpte is de manier waarop een punt buiten het scherptevlak wordt weergegeven. Licht zal niet in één punt geconcentreerd worden, maar verspreid over een groter oppervlak zijn. Een verdeling met een helder centrum en een afnemende helderheid naar de randen toe lijkt ideaal voor een goede onscherpteweergave. Met een dergelijk weergave van beeldpunten wordt een zacht beeld als geheel bereikt.
Een schijf met uniforme helderheid is ook mogelijk. Vaak is in deze schijf de vorm van het diafragma te herkennen. Daarom is een circulair diafragma wenselijk. Tot slot is het mogelijk dat de helderheid aan de rand van de schijf groter is en zelfs dat het centrum van de schijf afwezig is. Dit levert zogenaamde 'ni-sen' bokeh op, dat herkenbaar is aan dubbele lijnen. Het beeld kan als onrustig en onaangenaam worden ervaren.
De termen 'mooi' en 'aangenaam' maken duidelijk dat de waardering van de onscherpte subjectief is. Er zijn echter voorkeuren die door veel mensen gedeeld worden.
|